InfoMil Perspectief | december 2015 | 9 oplossingsgericht vanuit dienstverlening en minder toetsend vanuit bevoegd gezag. Het onderzoek werd uitgevoerd door VNG/KING, Royal HaskoningDHV en Rijkswaterstaat. De komende tijd worden roadshows over de Omgevingswet georganiseerd. Carola Verbeek Peter Verhoeven contouren steeds duidelijker breder dan de huidige bestemmingsplannen en gaat over de gehele fysieke leefomgeving. Dat betekent meer participatie aan de voorkant. Gemeenten moeten samenwerken met andere overheden, zoals waterschappen en provincies, maar ook met burgers en bedrijven.’ Integraal werken heeſt ook impact op het werk van omgevingsdiensten, weet Peter Verhoeven, directeur van Omgevingsdienst NoordVeluwe en deelnemer aan de impactanalyse. ‘Je kunt nu een vergunning in stukjes knippen, straks is het een integrale aanvraag. Daar zitten ook delen bij die gemeenten niet bij ons hebben belegd. We zullen veel intensiever moeten samenwerken om de juiste integrale afweging te maken. Daarnaast zullen wij onze kennis van bijvoorbeeld bodem en geluid moeten inbrengen in het omgevingsplan. Ook dat vraagt samenwerking.’ Bestuurlijke afwegingsruimte Minder rijksregels en meer lokale regels: de Omgevingswet maakt het mogelijk om zaken decentraal te regelen. Het is aan de bevoegde gezagen hoe zij de bestuurlijke afwegingsruimte invullen. Verbeek: ‘De overheden kunnen echter nog niet inschatten in hoeverre ze hiervan gebruik zullen maken. Zij zitten met smart te wachten op de AMvB’s. Die worden waarschijnlijk 1 april 2016 bekend.’ Ook Keim heeſt nog geen goed beeld van de bestuurlijke afwegingsruimte. Bovendien ziet hij een dilemma. ‘Een gemeente kan straks meer maatwerk leveren. Maar het is maar de vraag of we daarvan gebruik moeten maken. Te veel afwijkende regels is ook niet gewenst. Als elke gemeente haar eigen ding doet, bereik je geen uniformiteit. Bovendien vergroot standaardisering ook de leesbaarheid van de regels.’ Een ander gevolg van de Omgevingswet is dat niet voor alle activiteiten een vergunning nodig is. Dat vraagt meer kennis van de medewerkers van een omgevingsdienst, denkt Verhoeven. ‘Tot nu toe controleerde een toezichthouder de vergunning, straks moet hij dat doen met de kennis die hij heeſt van de algemene regels. Dan is het veel minder scherp waarop hij moet controleren. Het vraagt een enorme investering in houding, gedrag en kennis om medewerkers daarop voor te bereiden. Bovendien zullen medewerkers zich moeten specialiseren. Je kunt straks als toezichthouder niet alles weten.’ Geen eilandje De Omgevingswet gaat naar verwachting in 2018 in. Volgens Verbeek kunnen overheden veel van elkaar leren als zij zich samen voorbereiden. De Gelderse omgevingsdiensten werken al nauw samen, vertelt Verhoeven. ‘Wij hebben met elkaar een position paper opgesteld over hoe wij het gesprek met onze partners willen aangaan over de impact van de wet. Daarnaast werken wij nauw samen met onze opdrachtgevers en met alle omgevingsdiensten van Nederland. De Omgevingswet is geen ding om op een eilandje te doen. De bereidheid bij alle partijen om samen te werken, is de kracht van de fase waarin we nu zitten.’ Rick Keim Pagina 8

Pagina 10

Heeft u een mailing, bladerbrochure of eedities? Gebruik Online Touch: PDF digitaal bladerbaar op uw website plaatsen.

InfoMil Perspectief 18


You need flash player to view this online publication